Albert Derwael

Mister Brussel-Zepperen

Zondag wordt voor de 43ste keer Brussel-Zepperen betwist. Een wedstrijd voor eliten z/c en beloften die bij de ploegen en renners een hoog aanzien geniet. Een wedstrijd die nooit de status van topcompetitie of Beker van België nodig heeft gehad om uit te groeien tot een topper. Een wedstrijd met een bijzonder mooi palmares. Een wedstrijd die een schepsel is van Albert Derwael. Niet alleen organisator van deze koers maar ook de man achter het wielerteam United Cycling en sinds kort ook penningmeester van de Limburgse wielerafdeling. Kortom, een man wiens aderen gevuld zijn met echt koersbloed.
We hadden met een gesprek over “zijn” koers, over vroeger en nu.

ALBERT DERWAEL VROEGER
“Ik ben altijd heel erg in koers geïnteresseerd geweest. Mijn vader nam me vaak mee naar wielerwedstrijden. Mijn vader was sponsor van Brussel-Zepperen want die wedstrijd bestond al toen ik nog een broekventje was. De toenmalige voorzitter van dat organiserend comité was de schoonvader van de plaatselijke renner Paul Ruymen. Wij waren daar supporter van. Zelf ben ik nooit coureur geweest. Gewoon omdat ik daar niet het talent voor had. Hard fietsen lukte me, maar ik had geen versnelling in de benen. Mijn zoon Bert had dat wel. Hij deed het als coureur trouwens niet slecht. Maar toen zijn gezondheid hem in de steek liet, is hij moeten stoppen. Even heeft hij het nog eens opnieuw geprobeerd. Ik heb toen zelfs speciaal voor hem een ploeg uit de grond gestampt. Dat is nu elf jaar geleden en dat team United Cycling bestaat nog steeds en is uitgegroeid tot één van de betere clubs van België.”
ALBERT DERWAEL NU
“De koers is nog altijd mijn ding. Als manager van het United Cycling team ben ik bijna wekelijks met de renners op pad. Nu ik gepensioneerd ben, heb ik er nog meer tijd voor. Vandaar dat ik er naast mijn activiteiten in de club en de organisatie van Brussel-Zepperen zopas nog wat heb bijgenomen. Sinds kort ben ik immers penningmeester van de Limburgse afdeling van Wielerbond Vlaanderen. Na het ontslag van de vorige penningmeester waren ze op zoek naar een opvolger. Vermits ik veertig jaar de boekhouding van mijn bedrijf heb gedaan en ik wil meewerken aan de heropbouw van het wielrennen in onze provincie, heb ik me daar voor geëngageerd. Als penningmeester maak ik deel uit van het dagelijks bestuur en kan ik onrechtstreeks mijn steentje bijdragen en mijn ideeën op tafel gooien. Daarvoor hoef je geen voorzitter te zijn. Dat ben ik trouwens ook niet bij het Gouden Wiel dat Brussel-Zepperen organiseert en ook niet bij United Cycling. Ik ben iemand die het liefst vanuit de tweede linie opereert.”

 

BRUSSEL-ZEPPEREN VROEGER
“Hoe iemand er toe komt om in een grote stad als Brussel een koers te laten vertrekken om die dan in een dorpje als Zepperen te laten toekomen? Geen idee. Dat is van voor mijn tijd. Maar vroeger waren er nog meer zulke wedstrijden. Ik herinner me ook nog Antwerpen-Zonhoven. Trouwens Brussel-Zepperen bestaat al heel lang. Die koers werd al begin jaren ’50 verreden. In ’63 is men er mee gestopt. Omdat er later een plaatselijke renner in het dorp kwam, werd in ’71 het Gouden Wiel opgericht. Ik was toen 21 jaar en kreeg meteen een functie in het bestuur. In ’75 zijn we dan opnieuw met Brussel-Zepperen begonnen. In de beginjaren was het vooral een kasseienklassieker. Nadien is het parcours een paar keer veranderd omdat we steeds meer kleinere wegen moesten opzoeken en daardoor te veel seingevers nodig hadden. Daarom trokken we richting Wallonië waar er meer grotere wegen waren. Doch toen men daar in sommige gemeenten geld ging vragen voor politiebegeleiding hebben we het roer weer veranderd.”
BRUSSEL-ZEPPEREN NU
“Sinds vorig jaar hebben we een nieuw parcours. We komen niet meer in Wallonië maar blijven op Vlaams grondgebied. Ook de aankomstplaats werd verplaatst omdat we wegens verbouwingswerken niet meer in het vroegere schooltje terecht konden. Daardoor hebben we ook het plaatselijk parcours moeten aanpassen. De clubs blijven geïnteresseerd. Zo vroeg op het seizoen willen ze er allemaal bij zijn. Omdat het aantal beperkt is, hebben we er ook nu weer een aantal moeten weigeren. We vertrekken in Machelen en rijden via Bertem, Hoegaarden, Tienen, Landen, Sint-Truiden en Borgloon richting Zepperen waar de renners dan nog 5 plaatselijke ronden van 5,5km moeten afleggen. Goed voor een wedstrijd van 153km.”

ORGANISATIE VROEGER
“Vroeger ging het een stuk gemakkelijker. Bijna in elke dorpje was er een wielerclub die bij de doortocht voor de seingevers zorgden. Er waren vroeger ook niet zoveel fantasietjes nodig. Renners en toeschouwers waren veel sneller content. De belangstelling vroeger was ook groter dan vandaag. Men kon destijds in Zepperen over de koppen lopen: 4 tot 5000 toeschouwers. Met uitzondering van het parcours en een paar keer een verschuiving van startplaats is onze organisatie in grote lijnen nog altijd hetzelfde dan vroeger. We hebben meermaals de kans gekregen om deel uit te maken van de topcompetitie of de Beker van België. Maar dat hebben we bewust nooit gewild omdat het niet echt een meerwaarde was, eerder een meerkost. Een paar jaar hebben we op de UCI kalender gestaan. Daardoor waren we verplicht om enkele buitenlandse ploegen aan de start te hebben. Die moest je dan logies verschaffen en uiteindelijk brachten ze sportief niet veel bij. Dus dat hebben we ook afgeschaft.”
ORGANISATIE NU
“Door de jaren is het routine geworden. Ik heb destijds een plan opgemaakt dat ik elk jaar opnieuw stap voor stap afwerkt. Zo’n drie maanden geleden ben ik er aan begonnen. Het grootste probleem vandaag zijn de seingevers. We hebben er zo’n 250 nodig. Gelukkig zijn er nog heel wat wielerclubs waar we passeren die meehelpen. We beschikken ook over een motorclub die helpt om de wegen af te zetten. Sinds dit jaar mogen de mobiele seingevers het peloton niet meer passeren. Wat extra werk met zich meebrengt want we moeten voor hen alternatieven wegen zoeken waardoor ze telkens via alternatieve wegen weer voor het peloton kunnen geraken. Ook zijn de vele wegversperringen en –versmallingen een serieus probleem. Normaal moet je op ieder obstakel op de weg iemand met een gele vlag zetten. Vroeger zorgden de mobiele seingevers daarvoor. Dat lukt nu door die nieuwe reglementering voor motards niet meer. Gelukkig zijn er heel wat gemeenten in Vlaams-Brabant die op de dag van de koers hun obstakels op de weg tijdelijk verwijderen. Daar kunnen ze in Limburg nog wat van leren.”

FINANCIEN VROEGER
“Een koers inrichten was vroeger een heel stuk goedkoper. Minder inrichtingsvergunning, minder prijzengeld, minder kosten voor de medische diensten, meer inkom, meer verteer in het tentje aan de aankomst. Maar het grote verschil is dat toen de seingevers dat nog allemaal gratis deden. De meesten moeten nu worden betaald. En omdat men er veel nodig heeft, vraagt dat een flinke slok van het budget.”
FINANCIEN NU
“Zoals vroeger een koers inrichten en winst maken is nu niet meer denkbaar. Nu mag je al heel blij zijn als je break even kan draaien. Gelukkig lukt dat nog steeds. We hebben een groot aantal sponsors, 105 in totaal waaronder een 21-tal vrij grote. Dit jaar zullen we voor het eerste geen inkom meer vragen. Gewoon omdat we bijna niemand meer vinden die de inkomposten nog willen bevolken. Mensen die dat eens gedaan hebben, willen dat het jaar nadien niet meer omdat ze constant moeten ruzie maken tegen de toeschouwers die het blijkbaar te veel vinden om 5 euro te betalen om naar een sportwedstrijd te gaan kijken. Het respect voor de inrichters is ver zoek. Vorig jaar hebben we ongeveer 800 inkomkaarten verkocht. Omdat we dit nu niet meer doen, is dat een verliespost die we een beetje compenseren door wat inschrijvingsgeld aan de deelnemende ploegen te vragen. En zij doen dat voorlopig nog met plezier omdat ze graag willen deelnemen aan onze wedstrijd.”

Share