Geef Cian Uijtdebroeks de tijd

Het is weer zover. Men heeft weer een nieuwe Eddy Merckx (of moeten we vanaf nu al zeggen een nieuwe Remco Evenepoel?) ontdekt. Zijn naam: Cian Uijtdebroeks. Eerstejaars junior en begin dit jaar meteen winnaar van Kuurne-Brussel-Kuurne na een solo van om en bij de 50km. Knap natuurlijk. Ook bij de nieuwelingen liet hij sterke staaltjes zien.Maar volstaat dat om van hem meteen een vedette te maken? De pers, en blijkbaar ook de ploegen De Ceuninck, Jumbo en Sunweb, zijn daar anders al aardig mee bezig. Jef Robert (waarvoor ik bijzonder veel respect heb) heeft misschien wel olie op dat vuur gegooid door te zeggen dat hij deze Uijtdebroeks dingen heeft zien doen, die hij nooit eerder heeft gezien. En jawel… Jef heeft al wat gezien. De prestaties van Remco Evenepoel incluis. En als ploegmanager hoort het ook om zo over je renner te praten. Favoritisme hoort daar thuis. 
Zelf volg ik al meer dan 40 jaar het jeugdwielrennen op de voet. Het aantal renners waarvan ik hoorde zeggen dat ze ‘een hele grote’ zouden worden zijn haast niet te tellen. Ik zal er seffens eens een paar opnoemen waarvan u als lezer mogelijk niet eens wist dat ze ooit gekoerst hebben? Nochtans zijn het allemaal renners die bij de nieuwelingen en juniores stuk voor stuk meer dan 20 koersen per jaar wonnen en vaak met kop en schouders boven de tegenstand uitstaken. Toegegeven… sommigen hebben het behoorlijk ver geschopt. Maar zijn zeker niet zo hoog in de hemel geraakt als men ze had  geprezen. Hier komen wat namen (en dat zijn ze lang niet allemaal): Erik Borra, Bruno Geuens, Koen Vekemans, Luc Rooms, Jarno Vanfrachem, Glenn D’Hollander, Wesley Theunis, Wim De Vocht, Jurgen De Buysschere, Sven Spoormakers, Steven Van Malderghem, Johan Olbrechts, Hendrik Van Dyck, Roy Sentjens, Pieter Jacobs, Sven Vandousselaere, Jorne Carolus, Joachim Vanreyten,… Stuk voor stuk namen die hun entourage nooit geziene dingen had zien doen en die zonder twijfel een groot kampioen zouden worden. Dat werd voorspeld. De redenen zijn divers: niet de kans gekregen, pech, studies, niet de juiste mensen kennen, onvoldoende karakter, toch net geen klasse genoeg, te vroeg over het paard getild,…
Ik zal mezelf zeker geen groot kenner noemen. Maar zelden heb ik in die 40 jaar dat ik het jeugdwielrennen van nabij volg, van een renners gezegd dat ik hem nooit geziene dingen heb zien doen. Met uitzondering van… jawel… Remco Evenepoel. Wat hij als junior deed had ik echt nooit eerder gezien. Van Cian Uijtdebroeks kan en mag ik dat niet zeggen. Bij mijn weten zag ik hem nog geen enkele keer koersen en ken ik hem alleen van de uitslagen. En toegegeven… die zijn niet mis. Het is voor mij in ieder geval onvoldoende om daar al een persoonlijk mening over te vormen. Maar in tegenstelling tot Remco die zo goed als alles won, zie ik dat Cian in zijn eerste jaar als nieuweling ‘slechts’ één keer won. Al was dat met het Belgisch kampioenschap eentje die kon tellen. Vorig jaar won hij 9 keer met daartussen een paar pareltjes. Maar de anderen figuurlijk ‘belachelijk’ maken zoals Remco dat (ongewild) deed, was zeker niet het geval. Ik heb ploegmaats van hem tijdens een ploegentijdrit voor juniores horen smeken om ietsje minder snel te rijden omdat ze hem gewoon niet konden volgen, laat staan een kopbeurt doen.
Begrijp me niet verkeerd. Afgaand op de resultaten van Uijtdebroeks en de commentaar van kenner Jef Robert heeft hij ongetwijfeld een groot potentieel. Maar dat hadden de eerder opgesomde namen zeker ook. Dus… laten we die jongen rustig groeien en hem nu zeker nog niet vergelijken met Remco Evenepoel. Omzichtig omspringen met jeugd is ontzettend belangrijk. Hen groeikansen geven is een must. En de beloftencategorie overslaan (zoals nu al wordt verondersteld) is zeker niet voor iedereen de juiste weg. Hopelijk (en wellicht) zijn Cian en zijn entourage verstandig genoeg om de weg van de geleidelijkheid te bewandelen.
Eén zaak verontrust me alvast. Patrick Lefevere beweert dat die jongen een ‘sterke kop’ heeft want hij lapte de aanbevelingen van zijn trainer om niet mee te gaan op stage met de ploeg van De Ceuninck aan zijn laars en deed het toch.
Awel… zelf sta ik volgend schooljaar 40 jaar voor de klas. Ik word dus oud met jeugd rondom mij. Maar ik heb wel een ander (pedagogisch) idee over ‘een sterke kop’ hebben. Doch misschien is een wielrenner opleiden van een andere dimensie. En toegegeven… daar heb ik geen verstand van.

Share