"Inrichters moeten niet bang zijn"

Enkele dagen geleden berichtten we dat een groot deel van het bestuur van de wielerclub in Brustem ontslag nam omdat ze zich door de Limburgse afdeling van wielerbond Vlaanderen in de steek gelaten voelden na een ongeval van een renner met materiële schade, in één van hun wedstrijden begin maart. Daardoor komt het traditionele openingsdrieluik in Brustem in het gedrang. Een jammerlijke zaak.
“Zeker weten”, beaamt provinciaal voorzitter Jos Mondelaers. “We moeten vandaag koesteren wat we hebben en dat proberen we ook te doen. Daarom was ik ook zeer aangedaan toen ik las dat de wielerclub in Brustem ons daarvoor als schuldigen aanwijst. Even de feiten op een rijtje: een renner meent dat de inrichters verantwoordelijk zijn voor de schade aan zijn fiets en eist een schadevergoeding. Korte tijd na de wedstrijd kreeg ik van Robert Feucht een telefoontje om mij dit te melden en met de vraag wat ze moesten doen. Ik heb daarop geantwoord dat dit een zaak is voor de verzekering van de wielerbond en dat ze aangifte moesten doen. Wij kunnen dat toch niet in hun plaats doen. We kennen trouwens de omstandigheden niet. Trouwens inrichters moeten niet bang zijn. Indien er schade is bij derden omwille van een fout van de inrichting, zal de verzekering dat altijd vergoeden. Inrichters hoeven daar zelf niet voor op te draaien. Ze betalen voor iedere inrichting 109 euro aan verzekering en zijn daarvoor voor alles wat er kan misgaan tijdens hun organisatie 48 uren voor en 48 uren na hun organisatie gedekt. Alle inrichters moeten dat weten. Niet dat sommigen nu door dit gebeuren, dat door de mensen van Brustem in de pers werd gegooid, bang worden. De betrokken renner is trouwens in juni, dus drie maanden na de feiten, door de verzekering vergoed. Wat timing betreft vind ik persoonlijk dat dit heel snel werd afgehandeld. Ik zie ook niet meteen in wat wij als afdeling meer hadden kunnen doen. Ik vind het bijzonder jammer dat sommige mensen van de wielerclub in Brustem nu op deze manier het wielrennen in een slecht daglicht plaatsen en daardoor anderen mogelijk onnodig bang maken. Inrichters van wielerwedstrijden zijn echt wel goed verzekerd. Ook vind ik het triestig dan men dit feit gebruikt om hun reden van ontslag te motiveren. En dit terwijl de heer Feucht al voor de wedstrijden, toen er nog niets was gebeurd, aan iedereen die het wilde horen had laten verstaan dat het voor hem de laatste keer zou zijn. Ik hoorde dat sommige bestuursleden en de lokaalhouder toch nog verder willen doen. We gaan eerdaags zeker met hen spreken en hopelijk blijven die openingswedstrijden in Brustem op de kalender.”

Share