Jasper Philipsen

Wat goed is komt snel

Vierde in de Handzame Classic van afgelopen vrijdag. Zondag tweede in de Zuid-Kempische Pijl in Mol… Jasper Philipsen heeft zijn debuut bij de beloften allerminst gemist. In het verleden is al vaker gebleken dat wat goed is ook heel snel komt. En dat heeft Philipsen nog maar eens onderstreept.
Van iemand die drie jaar op rij de trofee van Flandrien ontvangt, mag je zoiets wel verwachten. “En toch was ik er niet helemaal gerust in”, glimlacht Jasper. “De wilde verhalen over de lastige stap van junior naar belofte waren ook mij niet vreemd. Doch al bij al valt het allemaal nog mee.”
We vroegen Jasper naar zijn mening omtrent enkele issues waar neo-beloften mee te kampen zouden hebben.

DE KILOMETERS
“Als junior reed ik voornamelijk grote wedstrijden en die zijn toch ook altijd om en bij de 120km. Het afgelopen weekend reed ik wedstrijden van om en bij de 170km. Dat is inderdaad een flink stuk meer en het is wennen. Vrijdag in de Handzame Classic spurtte ik mee voor de zege maar voelde toch dat in de sprint de benen leeg liepen. Zondag in Mol ging het al een pak beter. Het blijft natuurlijk afwachten wat het geeft wanneer we tot aan de 200km gaan.”

GROTERE VERSNELLING
“Bij de beloften is er inderdaad geen beperking van de grote van versnelling meer zoals bij de nieuwelingen en juniores. Maar het is niet zo dat we nu constant op die elf vlammen. Eigenlijk heb ik die nog bijna niet gebruikt. Tijdens de wedstrijden duw ik momenteel bijna dezelfde versnelling als bij de juniores. Ik merk trouwens dat de meeste renners dat verzet ronddraaien. Als het wind mee is of bergaf, wordt uiteraard de elf opgegooid. Daardoor maak je natuurlijk meer snelheid maar dan is het niet echt een probleem om die grote molen rond te krijgen. Dus wat dat betreft is er niet zo’n grote aanpassing. Misschien dat dit binnenkort in internationale wedstrijden anders wordt. Maar dat zien we dan wel.”

HOGERE SNELHEID
“Omdat we nu tegen renners koersen die al een paar jaar ouder en dus krachtiger zijn, ligt de snelheid inderdaad wel wat hoger. En er wordt vooral veel langer aan een hoog tempo gereden. Bij de juniores werd er ook hard gereden maar viel het vaker stil. En als toen eens de goede vlucht vertrokken was, werd er ook wat gas terug genomen. Dat gebeurt bij de beloften minder snel.”

ANDERE MANIER VAN KOERSEN
“In de grote wedstrijden wordt meer het ploegenspel gespeeld. Dat wordt van het team verwacht en is zeker een aanpassing. De meeste continentale team hebben allemaal sterke renners in hun rangen en drukken soms wel eens hun stempel op een wedstrijd. En als zo’n ploeg dan in een winnende positie zit, zullen ze er ook alles aan doen om als team te winnen. Zo moest ik in Mol het opnemen tegen twee jongens van Lotto en twee van Pauwels. Dan wordt het moeilijk. Al wil ik mijn tweede plaats van zondag in de Zuid-Kempische Pijl zeker niet daar aan wijten. Mathias Van Gompel was gewoon heel sterk en de verdiende winnaar.”

KOERSEN TEGEN DE ‘OUDE’ MANNEN
“Dat zijn wilde verhalen die vooral door de mensen langs de weg worden verteld”, lacht Jasper. “Moest ik door hen van het kastje naar de muur worden gereden, zou ik wellicht ook mee gaan in die verhalen. Maar dat is gelukkig niet het geval. Ik denk dat de renners er minder last van hebben dan de supporters en dat die verhalen flink overdreven zijn.”

Share