Niemand kent Gert beter dan zijn Ilse

29 juli 2017 is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Limburgse wielersport. Op die zomerdag verloor Gert Claes namelijk zijn laatste wedstrijd op de dienst Intensieve zorg van het Leuvense Gasthuisberg. Vijf weken eerder belandde de 49-jarige Korspelnaar tijdens een kermiskoers in Tienen met volle snelheid tegen de gevel van een huis. “De reden voor die botsing is nog steeds niet opgehelderd”, haalt Claes’ echtgenote Ilse Vandenborne de schouders op. “Al kan ik me intussen wel vastklampen aan de gedachte dat Gert tot de laatste snik heeft kunnen doen wat hij het allerliefste deed. En dat was koersen.”
Gert Claes was even onlosmakelijk verbonden met het Limburgse wielrennen als de Queen met het balkon van Buckingham Palace. Kwam je een trainingsgroep van renners en wielertoeristen tegen op de wegen rondom Koersel Kapelleke dan was ouderdomsdeken Gert Claes ongetwijfeld hun aanvoerder. Decennialang was de coureur met de onafscheidelijke snor één van dé gezichten in het kermiskoerscircuit. Generaties jonge renners moesten met hem (en zijn kliek) afrekenen op weg naar de aankomst. Een harde maar goede leerschool voor de talrijke talenten die zijn pad kruisten van 1983 tot 2017.
“Gert zat vierendertig jaar lang in het zadel”, rekent Ilse snel voor ons uit. “Hoewel? Vier jaar lang kneep hij ertussenuit. Ik herinner me dat moment waarop hij besloot te stoppen nog levendig. Het was op een zaterdagavond in het West-Vlaamse Lichtervelde. Gert was alwéér uitgeloot om een dopingcontrole te ondergaan. Hij had sterk het gevoel dat ‘ze’ hem aan het zoeken waren. Volgens Gert – destijds 37 – was de wielerbond oudjes zoals hem liever kwijt dan rijk. In Lichtervelde bereikte hij het punt waarop hij zei: ‘Ik ga niet meer naar de controle’. Onderweg naar huis belde de dopingarts Gert. Hij trachtte hem op alle mogelijke manieren te overtuigen om rechtsomkeer te maken. Onder meer door te benadrukken dat niet opdagen gelijk stond met een fikse schorsing. Gert bleef echter stoïcijns en reed gedecideerd naar huis. Thuis aangekomen was onze zoon Michiel in alle staten. Hij heeft altijd enorm opgekeken naar zijn vader. Sofie hier (de dochter, die het verhaal van haar moeder aan haar zijde aanhoort, nvdr) reageerde echter opgelucht. Begrijpelijk, ons gezinsleven stond volkomen in het teken van Gerts trainingen en koersen. Er kwam eindelijk ruimte vrij om andere dingen te gaan doen.” 

Maar bloed kruipt duidelijk waar het niet gaan kan. In 2008 nam Gert opnieuw de koershandschoenen op. 
“Klopt. Gert en ik maakten weleens gezamenlijk een fietstochtje. Maar fietsen om te fietsen? Nee, dat ging hem niet af. Op een avond - we waren gaan wandelen aan Koersel Kapelleke - voelde ik ‘m afkomen… (glimlacht) Inderdaad, de wielermicrobe had Gert opnieuw zo in zijn greep dat hij zijn comeback wilde maken. Hoewel hij veel tegenkanting ervoer, heeft hij nog tal van mooie jaren gekend in het zadel. Weerstand omdat hij zogezegd het prijzengeld van jongere renners afpakte. Gert tilde echter niet zwaar aan die kritiek. Dat gleed langs hem af. Je moest maar sterk en/of slim zijn om hem voor te blijven, zo luidde zijn lijfspreuk. Naar de Vlaanders rijden om er te gaan koersen? Daar maalde Gert niet om. Al begon dat het afgelopen jaar toch wat te wegen. Hij besloot om het een keer te proberen bij een nevenbond. In Vorst-Laakdal finishte hij derde. Maar achteraf was hij niet te spreken over het niveau. ‘Dat ga ik toch niet meer doen’, zei hij. Zijn vergunningsaanvraag voor die nevenbond ligt nog steeds ingevuld op zijn bureau (wijst naar de computerhoek waar Claes iedere avond terug te vinden was).”

Hoewel Gert onmiskenbaar jarenlang zijn stempel gedrukt heeft op het koersgebeuren binnen en buiten Limburg heeft hij het nooit tot profrenner geschopt.
“Nee, omdat hij besefte dat hij voor dat niveau net niet goed genoeg was. Dat heeft hij nooit onder stoelen of banken gestoken. Gert was geen renner die het peloton wilde vullen. Hij wilde – zoals jullie zelf aangaven – zijn stempel drukken. Dirk De Wolf is nochtans hier geweest. Gert hoefde het profcontract maar te tekenen. Hij weigerde. Typisch Gert. Hij had zijn visie en week daar niet van af. Nog meer van huis zijn, wilde hij niet. Bovendien wilde hij de zekerheid die zijn job bij Black&Decker hem bood niet zomaar overboord gooien. 17 december zou hij vijftig geworden zijn. Dat zou hem een extra verlofdag opgeleverd hebben. Dat vond hij geweldig. Hij sprak er maanden geleden al over… (Ilse voelt de tranen opwellen) Sorry, zijn verjaardag en onze huwelijksverjaardag (21 december, nvdr) waren verschrikkelijk moeilijke dagen. Veel moeilijker dan de feestdagen. Die stelden omwille van Gerts sport sowieso niets speciaals voor.”

Laat ons even teruggaan naar die noodlottige 21ste juni. Hoe heb jij die dag beleefd langs de kant van de weg?
“Eigenlijk waren Gerts laatste dagen wat met elkaar verbonden. Op donderdag 22 juni zouden we met het gezin het concert van Coldplay in het Koning Boudewijnstadion bijwonen. Gert was een enorme fan van Chris Martin en co.  Dus nam hij uitzonderlijk twee dagen verlof, op donderdag en vrijdag. Naarmate het concert naderde, merkte ik – als je 35 jaar samen bent, ken je elkaar door en door – dat hij steeds vaker de wielerkalender erop nasloeg. Ik voelde kortom dat hij het koersen wilde combineren met ons verlof. Wat bleek? Hij had ook op woensdag 21 juni verlof genomen. Dan konden we het overdag gezellig maken en kon hij ’s avonds gaan koersen in Tienen. Die woensdagochtend deed Gert iets wat hij anders nooit zou doen. Na een uitje stond hij erop dat we in de winkels van B-Mine zouden gaan shoppen. Hoewel de solden één week later zouden starten, moest en zou ik kleren kopen. Compleet abnormaal gedrag. Maar goed, een uurtje later wandelden we gepakt en gezakt naar onze wagen. Hij wilde ook absoluut dat ik mijn nieuwe kleren aandeed vooraleer we naar een snikheet Tienen vertrokken. Je moet weten, normaal hangen mijn nieuwe kleren één maand in mijn kast vooraleer ik ze aandoe. Ditmaal stapte ik echter in de wagen in mijn nieuwe short en blouse. Achteraf heb ik nog vaak gedacht: ‘Gert heeft me tenminste nog eenmaal in die ene blouse gezien, in die andere twee nooit meer’.”
“Eenmaal in Tienen aangekomen, zocht ik een plekje uit langs het parcours. Ergens hogerop in een plantage keek ik uit over de holle weg. De eersten ronden reed hij steevast in de achterste regionen van het peloton. Logisch, Gert was een diesel geworden die maar traag op gang kwam. Haast bij iedere doortocht hadden we even oogcontact. De autoradio stond luid en liet doorlopend Coldplay-songs uit de speakers schallen. De laatste keer dat hij passeerde, heeft hij nog naar mij gelachen. Waarna hij blijkbaar tegen Chris Foriers heeft gezegd: ‘Zie ze daar nu staan dansen’. Terwijl ik gewoon stond toe te kijken, hoor. Een ronde later kwam Gert niet meer voorbij en hoorde ik een renner roepen: ‘Gert is zwaar gevallen!’ Meteen bekroop me een heel naar gevoel. Ik ben onmiddellijk in mijn auto gesprongen en naar de aankomst gereden. Vervolgens hebben ze mij naar Oplinter gebracht waar Gert omringd werd door mensen. Ik zag meteen dat het ernstig was. Gert had verschillende verwondingen aan arm, borst en nek. Zijn hoofd leek op het eerste gezicht oké. Maar hij was niet meer bij bewustzijn. De MUG moest vanuit Jodoigne komen, werd mij gezegd. Toen de ziekenwagen eindelijk arriveerde, werd meteen duidelijk dat een rit naar Gasthuisberg de beste optie was. Dat Gert een hartaanval zou hebben gekregen tijdens de rit is echter uit de lucht gegrepen. Geen idee waar die kwakkel vandaan kwam.”

Vervolgens wachtte jullie een dagelijkse autorit van een naar Leuven en veel bang afwachten. Hebben jullie altijd hoop gekoesterd op een goede afloop?
“Mijn zoon en ik wel, Sofie niet. Waar wij bleven hopen op beterschap, had zij meteen door dat Gerts overlevingskansen miniem waren. Er waren meerdere interne bloedingen in Gerts hoofd vastgesteld en er werd besloten om hem in coma te houden. Enkele weken later bracht een scan onherstelbare schade aan de hersenstam aan het licht. Desondanks zag ik tekenen van beterschap, Sofie twijfelde daaraan. Zo had ik de indruk dat Gert soms naar me keek als ik tegen hem sprak. Ook toen we hem op het laatst inlichten over zijn toestand, gaf hij een teken met zijn hand. Wilde Gert nu zeggen: ‘Laat de dokters doen’ of verzette hij zich? Dat blijft een eeuwig vraagteken. Volgens Sofie waren dat simpelweg spierspasmen. (Stilte) Al die tijd ben ik blijven werken. Halve dagen weliswaar. Vlak voor Gert stierf, was ik vastbesloten om hem mee naar huis te brengen. Ik zou voor hem zorgen. Niemand die mij daarvan af kon brengen. Het bed zou daar voor het raam komen te staan (wijst naar de zitkamer). Het heeft echter niet mogen zijn…”
“Tegenwoordig ben ik blij als ik thuiskom omdat ik weet dat ik dan bij Gert ben. De urne met zijn resten staan hier op tafel bij zijn foto’s en enkele kaarsen. Sofie heeft ook een deel van Gert altijd bij zich, in haar hangsieraad. Op de kast staan zijn twee lievelingsflessen bordeaux. Ook dat was Gert. Het is jammer dat hij zo vroeg is moeten gaan. We hadden nog zoveel plannen samen. De kinderen waren nog maar net de deur uit. Michiel studeert in Gent en Sofie was nog maar pas alleen gaan wonen.”

Haal je troost uit de gedachte dat Gert in het zadel is gestorven?
“Toch wel. Gert heeft tot de laatste snik heeft kunnen doen wat hij het allerliefste deed. En dat was koersen. Door Gerts hobby ben ik zelf pas op mijn veertigste beginnen hardlopen. Al die jaren heb ik steeds tegen familie en vrienden gezegd: ‘Als ik dan toch moet gaan, dan liefst met mijn loopschoenen aan’. Dus ja, die gedachte biedt troost.”  

Hoe reageerde de buitenwereld op jouw situatie?
“Oh, meteen na Gerts ongeval en tijdens zijn ziekenhuisopname werden we overspoeld door steunbetuigingen. Vooral via Facebook. Echt hartverwarmend. (Tegen dochter Sofie) Hoe vaak heeft Michiel geen berichten voorgelezen tegenover ons? Die jongen kon daar echt van genieten. Hetzelfde in de weken na de crematie. Op straat of in de winkel zag ik mensen elkaar wel aanstoten. Zo van: ‘Daar is de vrouw van die coureur’. Slechts weinigen die de moed hadden om een praatje met mij te slaan. Het was net alsof ik omringd werd door een ondoordringbare zone. Dat stoorde me wel. Anderhalve maand geleden ben ik ingegaan op de vraag om de eetdag van de Zuid-Limburgse Wielerclub bij te wonen. Dat bleek echter een slecht idee. Het was duidelijk nog te vroeg om me te tonen op zulke initiatieven.”

Zie je jezelf nog koersen bijwonen?
“(Knikt heftig) Zeer zeker! Ik ken intussen zoveel mensen in dat wereldje, enkelen zijn vrienden zelfs geworden. Alleen moet ik ervoor uitkijken dat ik er ook effectief klaar voor ben. Gerts herdenkingsprijs in Tienen wil ik voor geen geld missen, hoe zwaar ik het die dag ook zal hebben. De kinderen hebben trouwens aangegeven dat ze in de toekomst de onheilsplek in Oplinter willen bezoeken. We zullen wel zien wanneer we daar alle drie gereed voor zijn…”

Share