Sire we hebben weer spurters

Sire, we hebben in Limburg weer sprinters! Vermits Parijs-Tours toch als de klassieker voor de sprinters wordt aanzien en onze provincie afgelopen zondag met Philipsen, Menten en Thijssen het complete podium bevolkte en van spurters toch nogal eens wordt gezegd dat ze een stapje voor hebben, lijkt het alsof de Limburgse wielertoekomst verzekerd is.
Uiteraard is hun broodje nog niet gebakken. Uiteraard zal ook voor hen de stap naar de profs een hele hoge drempel worden. Maar het ziet er alvast goed uit.
We vroegen aan Eric Vanderaerden, onze sterke spurter van weleer, goed voor 148 overwinningen bij de profs en aan onze analist Johan Vansummeren naar hun mening.

ERIC VANDERAERDEN: “De laatste jaren is Parijs-Tours niet meer enkel een spurtersklassieker. Met dat klimmetje op het laatste is het veel meer dan dat. Je moet sterk zijn om dat te kunnen overleven en dan nog goeie benen hebben om de spurt te kunnen winnen of je op het podium te rijden. Dus wat ze zondag alle drie deden was bijzonder knap. De toekomst ziet er voor hen rooskleurig uit. Goed dat de eerstejaars Philipsen en Thijssen ondanks hun sterk seizoen nog een jaartje belofte blijven. Knap dat ze aan de verleiding om nu al prof te worden kunnen weerstaan. Menten wordt wel prof. Hij is er ook rijp voor en dat heeft hij zondag nog maar eens bewezen. Ik ben vooral gecharmeerd door de prestatie van Philipsen. Eigenlijk ken ik die jongen niet zo goed omdat hij nooit bij mijn zoon Massimo heeft gekoerst en ik hem dus nooit van dichtbij heb gevolgd. Maar zijn resultaten spreken voor zich. En ik hoor dat hij ook een toffe gast is die met de voeten op de grond blijft en vooral luistert naar mensen die het goed met hem voor hebben. Dat is iets wat ze allemaal moeten blijven doen. Want ook al ziet het er momenteel mooi uit… bij de profs wordt het toch nog andere koffie. Het is niet omdat je het bij de jeugd goed doet, dat ook een succesvolle profcarrière lonkt. Er zijn genoeg voorbeelden waar het is mis gegaan. Dat Philipsen nu heeft gekozen voor het team van Axel Merckx lijkt me een goede zet. Daar gaat hij net als dit jaar een uitstekende begeleiding krijgen en een mooi programma kunnen rijden.”

JOHAN VANSUMMEREN: “Knap wat die jongens hebben gepresteerd. Al heb ik de koers niet gezien. Hebben ze mee de wedstrijd gemaakt of gewoon de spurt afgewacht? Dat scheelt natuurlijk. Al blijft het een koers van bijna 190km met op het einde toch een paar stekelige klimmetjes. Dus om podium te rijden moet je sterk en snel zijn. En dat is wat telt met het oog op de toekomst. Snel alleen volstaat niet. Kijk maar naar de topspurters van vandaag in het profpeloton. Die kunnen stuk voor stuk ook een klassieker winnen. Cavendish won Milaan-Sanremo. Greipel werd in de jeugdcategorieën wereldkampioen tijdrijden. Dat zegt genoeg. Om u in een finale van een profkoers vooraan te kunnen handhaven wanneer er 60km/u wordt gereden om dan in het zicht van de meet nog te kunnen versnellen, moet je power in de kuiten hebben. Ik ken Menten en Thijssen onvoldoende om te weten wat ze in huis hebben. Maar Parijs-Tours is een topklassieker en als je daarin mee de koers kan maken of op het podium klimmen, kan je wat. Zeker als je zoals Thijssen nog maar eerstejaars bent. Dus dat klinkt goed. Philipsen daarentegen heeft de Triptique Monts et Chateaux gewonnen en een rit in de Baby Giro. Daar is het wel heel lastig. Als je dat kan winnen heb je heel wat in huis en ben je veel meer dan alleen maar een sprinter.”

Share