Vastgoedservice

Hulsmans reageert op kritiek

Kevin Hulsmans 

“Gilbert mocht toch ook overal starten” 

 

De dubbele winst van Alexander Geuens in Binderveld en Halen was mooi. Maar de afgunst ook groot. Renners uit het team Vastgoedservice-Crelan, die een kermiskoers winnen, worden vaak niet met applaus overladen. Voor velen horen ze niet thuis in dat circuit. Afgunst of terecht? We vroegen het aan hun ploegleider Kevin Hulsmans. 

 

“Ik begrijp die reacties wel”, aldus Kevin. “Natuurlijk is het niet plezant als je steeds weer door renners van dezelfde ploeg wordt overklast. En het klopt natuurlijk ook dat we een continentaal team zijn. Dat onze renners veel aan grote wedstrijden deelnemen en daardoor meer fond hebben. Maar we hebben onze renners natuurlijk ook uitgekozen. Je moet al wat in je mars hebben om bij ons een plaatsje te krijgen.” 

 

Horen uw renners thuis in het kermiscircuit? 

“Het is niet aan ons om daarover te beslissen. Trouwens we hebben in ons team een aantal beloften voor wie het geen goede zaak is om elke week aan een grote wedstrijd deel te nemen. Ze moeten tussendoor ook kleinere koersen rijden. In de grote koersen moeten ze meestal de wedstrijd ondergaan. In het kermiscircuit kunnen ze de koers helpen maken. En dat is iets wat ze daar kunnen leren. En het is toch geen schande wanneer je in meerdere koersen de beste bent. Hen daarvoor uitsluiten, lijkt me toch iets te kort door de bocht. In die jaren dat Boonen en Gilbert iedereen van het kastje naar de muur fietsten, werden ze toch ook niet in de koersen geweerd. 

 

Vergroot men de afgunst niet wanneer men met drie of vier van hetzelfde team van de rest wegrijdt en dan samen over de meet bolt, zoals al een paar keer gebeurde? 

“Ik was onlangs op de koers in Mol-Rauw waar dat gebeurde. Onze renners reden de anderen gewoon uit het wiel. Is dit omdat ze tot een continentaal team behoren? Of is het omdat ze zoveel sterker zijn dan de anderen? Wellicht het laatste. En ik vind er helemaal niets mis mee wanneer ze dan onderling beslissen om er niet voor de spurten.” 

 

Ze rijden constant in blok waardoor de anderen kansloos zijn ! 

Wielrennen is al lang geen individuele sport meer. In de grote koersen horen ze voor elkaar door het vuur te gaan. Onze renners zijn dat zo gewoon. Dat doen ze dan ook in de kleinere wedstrijden. Ook daar is niets mis mee. Meer zelfs… dat hoort zo. Andere ploegen zouden dat beter ook doen. Ik zie soms renners uit toch ook vrij grote ploegen die achter elkaar rijden. Ik zou dat absoluut niet accepteren indien ik hun ploegleiders was. Maar onze renners kunnen het ook alleen hoor. Daarvoor hebben ze zeker de capaciteiten. Kijk maar naar het afgelopen weekend. In Binderveld was Geuens de enige van onze ploeg in een kopgroep van vijftien. En toch maakt hij het af. Hoeveel renners van onze ploeg stonden er zondag in Halen aan de start? Drie waarvan Jelle Schuermans nog opgaf. En dat Geysen en Geuens in de slotronde dan de handen in mekaar slaan, is toch logisch. 

 

Het zijn profs tegen amateurs? 

Ik heb bijzonder veel respect voor jongens die overdag werken en ’s avonds of tussendoor nog de moed vinden om te trainen. Het is te begrijpen dat ze niet op kunnen tegen jongens die de ganse dag niets anders moeten doen dan trainen, rusten of koersen. Maar ik merk dat diegenen die het hardst roepen toch ook bijna elke dag ergens aan de start van een wedstrijd staan. En dan vraag ik me af of die echt wel zoveel werken.” 

Share