Wauters volgt zichzelf op als kampioen

 

Vorig jaar verraste Bram Wauters door in Achel  provinciaal junioreskampioen te worden. Dat deed hij zaterdag in Kerniel opnieuw. Hij hoeft zijn kampioenpakje niet in zijn kast op te bergen, maar mag er ook de volgende maanden mee koersen.  In een open kampioenschap, waaraan dus ook niet-Limburgers mochten deelnemen volstond het voor Wauters om als vierde over de streep te bollen.Met deze tweede provinciale titel voor Wauters evenaart hij het aantal kampioenstitels van mama Christa. Papa Marc slaagde er nooit in om een Limburgse titel op de weg te behalen. Hij verzamelde nadien uiteraard andere en veel grote trofeeën.
Nochtans zag het er niet meteen naar uit dat Wauters zijn titel zou verlengen. “Toch was ik met die bedoeling aan de start gekomen”, aldus Bram. “Daarvoor liet ik zelfs de mogelijkheid om met mijn team Sport en Steun aan de Ronde van Oostenrijk deel te nemen links liggen. Al wist ik vooraf dat het niet makkelijk zou zijn. Mijn resultaten van de afgelopen weken waren niet het van het. Maar daarmee was ook wel pech gemoeid. Vorige week in Schulen reed ik lek en zag daardoor een goede uitslag door mijn neus geboord. De dag nadien in Vliermaal moest ik met een defect versnellingsapparaat opgeven.  Daardoor wist ik eigenlijk zelf niet goed hoever ik conditioneel stond. Ook tijdens de wedstrijd zag het er tot op anderhalve ronde van het einde niet rooskleurig uit. Een kopgroepje van vijf leek gewonnen spel te hebben. Plots kregen we ze in het vizier en begonnen heel wat renners in het peloton er weer in te geloven.”
Bij die vijf leiders twee Limburgers: Tomac Soenen en Jorre Debaele. Indien er een prijs voor de strijdlust zou geweest zijn, dan moest die zonder discussie naar de dappere Debaele gaan. Wat een koers reed die knaap. Van begin tot einde sleurde hij aan de kop van het peloton in de hoop voor wat afscheiding te kunnen zorgen. Uiteindelijk lukte hem dat ook. Samen met de Brit Jack Ford, Antoine Cloux, Sven Hassert en Tomac Soenen sloeg hij een kloof van bijna een minuut op het peloton. Het spel leek gespeeld. De twee Limburgers Soenen en Debaele zouden het uitvechten voor de provinciale titel. Quasi niemand die daar nog aan twijfelde. Tot in de voorlaatste ronde Davorenner Tijl De Decker op zoek ging naar de leiders. De snelheid waarmee hij naderde deed vermoeden dat bij de leiders het vuur eruit was. En toen die in de slotronde dan ook nog naar mekaar gingen loeren, was hun lied snel uitgezongen.
“Vanaf toen begon ik in mijn kansen te geloven”, vertelt Wauters. “Eerst ging de Nederlander Van Veenendaal. Daarop kwam geen reactie. Dan wipte mijn ploegmaat Scherpenbergh weg. Ik knalde er naartoe en ging meteen door. De Nederlander Duijvenstijn en de Hongaar Vas kwamen me voorbij gesneld. Ik zag ook Lars Daniëls komen. Hij was een bedreiging voor de titel. Ik gaf nog alles en hield stand.”

Share