Zepperen-Zepperen

Datum: 
6 mrt 2016
Categorie: 
jun
Dln: 
195
Toptien: 
  1. Jarno Mobach
  2. Charlie Quaterman
  3. Alexys Brunel
  4. Jordi Meeus
  5. Sasha Weemaes
  6. Joerik De Neve
  7. Michael Delbaen
  8. Tom Peters
  9. Jonas Van Schaeybroek
  10. Bram Ualgasi
verslag: 

In bijna onmenselijke weersomstandigheden was het de Nederlander Jarno Mobach die in de slotfase van Zepperen-Zepperen voor juniores het laken naar zich toetrok. In een spurt met drie toonde hij zich lengten sneller dan Charlie Quarterman en Alexis Brunel met wie hij in de slotronde was ontsnapt uit een uitgedund peloton. Jordi Meeus werd enkele kloktikken later vierde en beste Limburger.

Die Mobach is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Tijdens de wedstrijd was hij trouwens in bijna alle gevaarlijke ontsnappingen betrokken. Toen op goed vijf kilometer van het einde Brunel en Quarterman een kloofje sloegen, was hij de enige die nog kon reageren en in de laatste rechte lijn bleek hij ook nog sterk genoeg om de spurt met drie te winnen. Nadat hij een week geleden ook al vijfde was geworden in Kuurne-Brussel-Kuurne, behaalde hij nu de hoofdprijs.

Maar één van de beteren tijdens de wedstrijd was zonder twijfel Jasper Philipsen. Na goed 30km ging hij in zijn eentje aan de haal, hopend op versterking die er niet kwam. Jasper bleef ruim 20km alleen vooruit. Maar wie dacht dat hij daarmee al zijn pijlen had verschoten, had het goed mis. Want toen even later Brunel, Mobach en Kamiel Bonneu aan de haal gingen, was Philipsen weer mee. Dit viertal werd weer gegrepen maar Philipsen bleef vooraan de wedstrijd controleren. Toen in de slotronde de beslissing viel, zat hij klaar om er naartoe te springen. “Maar plots reed een renners achter in mijn wiel”, aldus Philipsen. “Daardoor brak mijn versnellingsapparaat af. Jammer want ik was zeker nog niet aan het einde van mijn latijn.”

Ontgoocheling troef dus bij Philipsen. En dat was ook zo bij zijn ploegmaat Jodi Meeus die fors bonkend op zijn stuur als vierde over de aankomst bolde nadat hij wat nog restte van het peloton letterlijk uit het wiel had gespurt. “Jammer dat die drie nog niet op het einde konden wegglipen”, aldus een letterlijk bibberende Meeus na de aankomst. “De laatste ronde zat ik goed gepositioneerd en bereidde ik me voor op een spurt. Toen die drie wegreden moest ik natuurlijk gokken. Even hoopte ik dat mijn ploegmaat Philipsen er nog naartoe zou rijden, maar die bleek met pech af te rekenen. Zelf het gat dichtrijden zou natuurlijk mijn spurtkansen hypothekeren. Daarom gokte ik in de hoop dat we ze toch nog zouden pakken. Dat gebeurde niet en dus viste ik helaas achter het net.”