Kerniel

Datum: 
18 jul 2021
Categorie: 
el/bel
Dln: 
121
Toptien: 
  1. Bastiaens Ayco
  2. De Bock Stijn
  3. Van Staeyen Michael
  4. Debaele Jorre
  5. Van den Bossche Anelo
  6. Wouters Rutger
  7. Verhofstadt Thibau
  8. Scherpenbergh Tristan
  9. Elen Sander
  10. Noels Sven
verslag: 

De provinciale kampioenen voor dit jaar zijn gekend. Bij de juniores mocht Dré Goelen de gegeerde wit-rode kampioenentrui aantrekken. Aless De Bock en Jarno Widar werden kampioen als eerstejaars en tweede jaars nieuwelingen. De beloftentitel was voor Jorre Debaele en bij de eliten z/c werd Rutger Wouters kampioen.
Eigenlijk werd vooraf enkel Rutger Wouters als de grote favoriet aangewezen. De andere kampioenen zijn stuk voor stuk sterke renners maar waren niet meteen de uitgesproken kanshebbers.
Wouters moest vorige keer op dezelfde plaatse de titel aan Dries Lehaen laten. Dit keer liet hij zich niet ringeloren. Aanvankelijk hield de hardrijder uit Koersel zich wat gedeisd in het peloton. “Ook omdat ik de eerste koershelft me niet al te best voelde”, verklaarde hij na afloop. “Het parcours is vrij lastig maar vooral met die warmte, waar we al een hele tijd niet meer aan gewoon zijn, draaiden de benen stroef.”
Daardoor leek het er lange tijd op dat hij voor de titel weer achter het net zou vissen toen een gevaarlijke kopgroep van twaalf renners, met daarbij Sander Elen en Vinny Bzdenga als enige Limburgers, een ruime voorsprong bij elkaar fietste. Tot Wouters zijn duivels ontbond en in geen tijd samen met zijn ploegmaat Sven Noels naar de leiders fietste. Uiteindelijk vormde zich een kopgroep van 23 renners met daarbij drie Limburgse eliten (Sander Elen, Rutger Wouters, Wim Reynarts) en drie beloften (Jorre Debaele, Tristan Scherpenbergh, Elias Vanheel).
Bij de beloften haalde Jorre Debaele de titel via een late uitval. Niemand die het hem zal misgunnen want het is een knaap die altijd koers maakt maar te vaak daarvoor niet beloond wordt. Tenzij het duo Scherpenbergh-Vanheel, beiden van het Davo cycling team. Wellicht gaat ploegleider nog wat werk hebben om de twee weer op dezelfde lijn te krijgen. Hun gezichten stonden na afloop op onweer. Blijkbaar hadden ze onderweg afspraken gemaakt waardoor één van de twee kampioen moest worden. Afspraken die blijkbaar niet werden nageleefd waardoor een toch wel sterke Debaele nog door de mazen van hun net kon glippen. Jorre kon immers op het einde samen met Michael Van Staeyen nog een gaatje slaan, weliswaar achter het duo Ayco Bastiaens-Stijn De Bock (oom van nieuwelingenkampioen Aless) dat op één ronde van het einde aan de haal ging en voor de dagzege spurtte. Een spurt die er eigenlijk geen was aangezien Bastiaens (vorig jaar rijdend voor de ploeg van Johan Remels en nu bij Alepecin-Fenix) het met ruim verschil haalde.
Debaele werd 4de en was in zijn nopjes met het behalen van de titel. “Twee jaar geleden greep ik hier op de veldrit in Kerniel net naast de titel. Toen ging Arne Baers me vooraf. Ik was er op gebrand om het nu toch eens te doen, want provinciaal kampioen werd ik nog nooit. Het parcours lag me prima en op het einde had ik nog kracht genoeg om de andere Limburgers te verschalken.”
Schepenberghs gezicht stond op onweer. “Dit had eigenlijk niet mogen mislopen”, sakkerde hij. “Ik was al eens beloftenkampioen en als laatstejaars belofte wilde ik het graag nog eens.” Zijn ploegmaat Elias Vanheel was zo ontgoocheld dat hij zelfs als derde Limburger niet op het podium verscheen.